Alcohol- en drugsbeleid op de werkvloer: veel woorden, te weinig daden

Donderdag 19 februari 2015 — HR-dienstverlener Securex bestudeerde bij 600 Belgische bedrijven het beleid rond alcohol en drugs op het werk. Daaruit blijkt dat de meeste van deze werkgevers over een alcohol- en drugsbeleid beschikken of van plan zijn er één uit te werken. Alleen weten managers meestal niet hoe ze de uitgestippelde politiek en procedures moeten toepassen en welke rol ze daarin spelen. 

De consumptie van alcohol en drugs op de werkvloer is vandaag een nuchter feit. De helft van de ondervraagde grote bedrijven (> 200 werknemers) en 28% of bijna een derde van de kleine bedrijven (< 200 werknemers) geeft aan reeds geconfronteerd te zijn met medewerkers onder invloed van alcohol of drugs. Niet-commerciële dienstverleners (overheid, onderwijs, gezondheids- en welzijnssector, …) krijgen veel meer te maken met alcohol- en drugsproblemen dan commerciële en industriële bedrijven (43% versus 24%). De impact op de bedrijven kan erg groot zijn want, zo blijkt uit het onderzoek, volgens 61% van de grote bedrijven en de helft van de kleine bedrijven heeft alcoholgebruik een negatieve invloed op de productiviteit.

Alcohol en drugs op het werk worden dus als problematisch ervaren en de meeste bedrijven kiezen dan ook voor een beleidsmatige aanpak. Bijna 75% van de kleine en 88% van de grote bedrijven heeft een alcohol- en drugsbeleid. De meeste organisaties gaan nog een stap verder en werken aan de concretisering ervan: 76% van de kleine en 83% van de grote bedrijven die over een alcohol- en drugsbeleid beschikken, hebben ook een praktische procedure waarop leidinggevenden kunnen terugvallen als ze vermoeden dat een medewerker onder invloed is.

Opvallend is echter dat een grote meerderheid van de ondernemingen met een alcohol- en drugsbeleid hun managers niet opleiden over de invoering ervan en de rol die ze kunnen spelen (60% van de kleine en 52% van de grote bedrijven). Daarenboven stimuleert meer dan 1 op de 3 bedrijven hun medewerkers nog steeds niet om veilig en gezond om te gaan met alcohol en drugs. De meeste bedrijven investeren met andere woorden in het uitdenken en uitwerken van een alcohol- en drugsbeleid maar maken hun managers deze politiek niet eigen. Uit ons onderzoek is gebleken dat dit te wijten zou kunnen zijn aan een gebrek aan budget (76% van de organisaties die aangeven dat ze geen richtlijnen of een uitgeschreven beleid hebben, geven aan niet over het budget te beschikken om een dergelijk beleid op te stellen), een gebrek aan kennis (72%) en tijd (69%).

Dr. Bart Garmyn, Regional Manager Externe preventiedienst en bedrijfsarts

Elk alcohol- en drugsbeleid komt tot stand in overleg tussen werkgever en vertegenwoordigers van de werknemers. Een alcohol- en drugsbeleid is gevestigd op 4 pijlers: niet enkel procedures en regelgeving maar ook voorlichting en hulpverlening. Het is alleszins nuttig de bedrijfsarts en de externe preventiedienst te betrekken bij het beleid. Ook zij kunnen ondersteuning bieden bij het ontwikkelen ervan. Een goed beleid stopt niet na de werkuren maar houdt ook rekening met de verantwoordelijkheid van de werkgever tijdens bijvoorbeeld bedrijfsfeesten en andere werkgerelateerde events. Een goed beleid richt zich bovendien niet enkel tot mensen met een probleem van afhankelijkheid maar ook  tot risicogebruik. Tot slot kan een goed beleid leiden tot 15% minder alcoholconsumptie. En dat is gezond voor het bedrijf maar ook gezond voor de samenleving.”

 

 

Steekproef

De steekproef gebruikt voor het onderzoek is niet-representatief. De resultaten zijn enkel van toepassing op de organisaties die behoren tot de steekproef en mogen niet zomaar veralgemeend worden naar de volledige populatie van organisaties in België (of elders).

Verdeling naar aantal medewerkers: 72% klein (minder dan 200 werknemers) en 28% groot (meer dan 200 werknemers).

Verdeling naar sector: 41% industrie, 24% niet-commerciële dienstverlening, 26% commerciële dienstverlening en 8% andere sectoren.