De gezondheid van de werkende Belg blijft erop achteruit gaan

Woensdag 18 november 2015 — Ruim 40% van de Belgische werknemers denkt niet in staat te zijn om te werken tot de wettelijke pensioenleeftijd door een te grote fysieke belasting op het werk. Dat is 10% meer dan 2 jaar geleden. Dit blijkt uit de tweejaarlijkse barometer van HR-dienstverlener Securex bij 1.754 werknemers naar hun fysieke en mentale welzijn. De mentale werkbelasting belemmert zelfs meer dan de helft van de werknemers om te werken tot aan het pensioen. Ook de algemene fysieke en mentale gezondheid op zich is er de afgelopen twee jaar op achteruit gegaan. Merk op dat dit vooral zo is bij de lager geschoolden.

Fysieke gezondheid vormt steeds grotere belemmering om te werken tot wettelijk pensioen

De Belgische werknemer voelt zich vandaag minder fysiek in staat om te  blijven werken dan 2 jaar geleden:

  • 10% meer werknemers vinden dat de fysieke belasting op hun werk hen niet toelaat om te werken tot aan de wettelijke pensioenleeftijd (40% in 2015 tegenover 30% in 2013).
  • Meer dan 1 op 3 werknemers (38%) vindt dat de fysieke werkomstandigheden (bv. lawaai, licht en temperatuur) niet aanvaardbaar zijn om te kunnen werken tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. In 2013 was dit slechts iets meer dan 1 op 4 (28%).
  • Volgens meer dan 1 op 3 (38%) werknemers laten de leefgewoonten (bv. eten, slapen en beweging) hen niet toe om te werken tot de wettelijke pensioenleeftijd. In 2013 was dit slechts zo voor 1 op 4 werknemers.
  • 2 op 3 (66%) werknemers zijn overtuigd dat zij op basis van hun huidige gezondheidstoestand zullen kunnen doorwerken tot de wettelijke pensioenleeftijd (al dan niet in hun huidige job).

Hermina Van Coillie, HR Research Expert: “Dat de Belgische werknemer zich fysiek minder in staat voelt om langer te werken dan 2 jaar geleden, heeft waarschijnlijk te maken met de aangekondigde verhoging van de pensioenleeftijd. Wie zich plots verplicht ziet om 2 jaar langer te werken, voelt zich daar ook (nog) minder toe in staat. Andere factoren zijn onder andere de stijgende gemiddelde leeftijd van de werknemer (er blijven steeds meer 55-plussers actief op de arbeidsmarkt), en een stijging van het aantal spanningsklachten.”

Het onderzoekt toont daarnaast aan dat ook de fysieke gezondheid erop achteruit is gegaan. Werknemers geven aan zich in 2015 minder lichamelijk gezond te voelen dan in 2013. Zo hebben meer werknemers te kampen met een door een arts vastgestelde aandoening aan bijvoorbeeld rug, schouders of benen dan twee jaar geleden (46% in 2015 tegenover 32% in 2013). Ook voelen werknemers zich meer gehinderd door lichamelijke pijn (34% in 2015 tegenover 27% in 2013) bij de uitvoering van hun job.

Ook mentale gezondheid blijft grote zorg

Nog meer dan in 2013 vormt de mentale gezondheid voor de Belgische werknemer een grote belemmering om tot de wettelijke pensioenleeftijd te kunnen doorwerken.

  • Nog niet eens de helft van de werknemers (49%) vindt dat de mentale belasting op het werk (bv. stress, werktempo en werkintensiteit) hen vandaag in staat stelt om tot de wettelijke pensioenleeftijd te werken. In 2013 was nog meer dan de helft (56%) hiervan overtuigd.
  • In 2013 was 69% van de Belgische werknemers van mening dat de emotionele werkomstandigheden (zoals werksfeer, collega's, klanten, aangrijpende situaties en agressie) hen toelieten om tot de wettelijke pensioenleeftijd te werken. Nu denkt 61% er nog zo over.
  • 6 op 10 (61%) Belgische werknemers vindt dat hun huidige work-life balance hem toelaat om tot de wettelijke pensioenleeftijd te werken (in 2013 was dit nog 74%).[1]

Hermina Van Coillie: “Het feit dat de werkende Belg zich mentaal minder goed voelt, is te wijten aan een samenspel van verschillende factoren. Het komt vermoedelijk in de eerste plaats door de aangekondigde verhoging van de pensioenleeftijd. Verder hebben we het enerzijds heel druk in onze vrije tijd en anderzijds noteren we de toenemende werkdruk, “technostress” en jobonzekerheid. Ook het steeds moeilijker wordende woon-werkverkeer laat zijn sporen na op de mentale gezondheid. Bovendien speelt het besef mee dat vervroegd uittreden niet vanzelfsprekend zal zijn in de toekomst.”

Het onderzoek toont ook aan dat de mentale gezondheid op zich is gedaald. Meer werknemers geven aan zich regelmatig niet goed in hun vel te voelen (40% in 2015 tegenover 33% in 2013). Ook hun werk lijdt meer onder hoe ze zich voelen (46% in 2015 tegenover 35% in 2013).

Vooral laaggeschoolden zowel fysiek als mentaal minder gezond

In 2013 merkten we al dat lager opgeleide werknemers zich fysiek minder in staat voelen om tot de pensioenleeftijd te werken dan hoger opgeleide werknemers (65% tegenover 82%). In 2015 is het verschil tussen beide groepen toegenomen. De verslechtering van de fysieke gezondheid is het sterkst bij lager opgeleiden (van 65% in 2013 naar 53% in 2015).

Dit komt vermoedelijk deels doordat de groep laaggeschoolden meer arbeiders telt dan de groep hoog geschoolden, en doordat de groep laag geschoolden vandaag bovendien meer arbeiders telt dan in 2013. En voor arbeiders met een fysiek veeleisende job is de fysieke gezondheid een zwaardere belemmering om twee jaar langer te werken.

Dit onderzoek bevestigt dat lager opgeleiden in regel meer in fysiek belastende werkomstandigheden terecht komen. Zo geeft 44% van de lager opgeleiden aan dat de fysieke werkomstandigheden hen niet toelaten te werken tot de wettelijke pensioenleeftijd. Bij hoger opgeleiden is dit slechts 32%. Dit heeft gevolgen voor hun gezondheid, maar ook voor de gewenste pensioenleeftijd. Zo zijn lager opgeleiden vaak vragende partij voor een vervroegde uittrede. In België maken ook meer lager opgeleiden, in vergelijking met hoger opgeleiden, gebruik van de mogelijkheid om de arbeidsmarkt vroegtijdig te verlaten[2]. Zij zijn hun loopbaan vaak ook vroeger gestart, waardoor zij sneller een groter aantal gewerkte jaren op de teller hebben staan.

Hoewel lager maar ook hoger opgeleiden zich steeds zwaarder mentaal belast voelen en zich bijgevolg minder in staat zien om tot de wettelijke pensioenleeftijd te werken, ervaren hoger opgeleiden toch een betere mentale gezondheid dan lager opgeleiden. Dit heeft ongetwijfeld te maken met hun vaak ‘actieve job’-context met meer ruimte voor regelcapaciteit en ontwikkelingsmogelijkheden. Zo kan ruim 1 op 3 van de hoger opgeleiden kiezen wanneer hij werkt (versus maar 1 op 4 bij lager opgeleiden). En dat werkt stressreducerend.

Hermina Van Coillie: “Het debat rond werkbaar werk komt geen moment te vroeg. Jobs moeten ook mentaal werkbaar worden om langer te kunnen werken. Of iemand zijn job werkbaar vindt, hangt af van een aantal uiteenlopende omgevings- en persoonsgebonden factoren. Een algemene regel opleggen of bepaalde beroepen generiek als “zwaar” bestempelen zal aanleiding geven tot nieuwe discussies. Werkbaar werk gaat uiteindelijk om een individuele beleving die kan evolueren in de tijd en die niet collectief kan worden aangepakt.”

 

[1]     Dit is niet alleen in België: bijna 1 op 5 werknemers in de EU is ontevreden over zijn work-life balance. Dus ook daar zal dit impact hebben op de uittredeleeftijd. Zie rapport Eurofound, te downloaden op http://www.eurofound.europa.eu/nl/publications/resume/2010/other/changes-over-time-first-findings-from-the-fifth-european-working-conditions-survey-resume

[2]     Zie ‘bespreking vervroegde uittredingsregelingen door de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid in: Advies over het verband tussen loon en anciënniteit (2014)’, te downloaden via: http://www.werk.belgie.be/publicationDefault.aspx?id=42053

Hermina Van Coillie