Hoopvol signaal: absenteïsme daalde verder in de eerste jaarhelft
Vooral middellang absenteïsme bij arbeiders daalde sterk: met 11% in een jaar tijd

- Het langdurig absenteïsme (langer dan één jaar) daalde in de eerste helft van 2026 met 4,6%, van 3,45% naar 3,29%.
- Het middellang absenteïsme (tussen één maand en één jaar) daalde met 6,9%. Bij arbeiders zelfs met 11% in de eerste helft van 2026 (van 3,17% naar 2,82%). Bij bedienden bleef dit percentage stabiel.
- Het korte ziektepercentage (tot één maand) kende de sterkste daling (-9,2%), van 2,71% in de eerste jaarhelft van 2025 naar 2,46% in die van 2026.
Brussel, 29 september 2026 – De daling van het absenteïsme die Securex vorig jaar vaststelde, zette zich in de eerste helft van 2026 verder. Die evolutie valt samen met een reeks federale maatregelen zoals de vroegere opvolging van arbeidsongeschiktheid en de snellere verkenning van (aangepaste) werkhervatting. In de eerste helft van 2026 daalde het totale ziektepercentage sterk met 6,7% (van 8,62% naar 8,04%). Dat blijkt uit onderzoek van HR-dienstverlener Securex. Het middellang absenteïsme (1 maand tot 1 jaar) daalde sinds 2025 met 6,9%, terwijl langdurige afwezigheden door ziekte (langer dan 1 jaar) met 4,6% afnamen.
Deze evolutie blijft opvallend genoeg zichtbaar ondanks een administratieve wijziging: sinds januari 2026 werd de hervalperiode verlengd van twee naar acht weken, wat normaal meer middellange en langdurige afwezigheden zou opleveren. Dat de dalingen zich desondanks doorzetten, wijst er volgens Securex op dat de federale maatregelen impact hebben, inclusief het luik ‘werkgevers” dat sinds 1 januari van dit jaar in praktijk werd omgezet.
Middellang absenteïsme daalde fors bij arbeiders
Het middellang absenteïsme daalde in de eerste helft van 2026 van 2,46% naar 2,29%. Achter dat gemiddelde schuilt een duidelijk verschil tussen arbeiders en bedienden. Bij arbeiders daalde het middellang absenteïsme significant met 11,0%, van 3,17% naar 2,82%.
Deze evolutie valt samen met verschillende federale maatregelen die inzetten op een vroegere opvolging van arbeidsongeschiktheid en een snellere werkhervatting. Zo zijn werkgevers verplicht om periodiek contact te houden met afwezige medewerkers en vanaf acht weken afwezigheid het arbeidspotentieel in te schatten. Daarnaast worden ze aangemoedigd om vroeger en structureler werk te maken van re-integratie, met of zonder aanpassingen.
Bij bedienden is geen vergelijkbare daling zichtbaar. Bij hen bleef het percentage statistisch stabiel: 1,96% in de eerste jaarhelft van 2026 tegenover 2,01% in dezelfde periode van 2025.
“Dat het middellang absenteïsme vooral bij arbeiders daalt, is niet onlogisch. Hun klachten zijn vaker fysiek, waardoor het hersteltraject en tijdelijk aangepast werk doorgaans concreter af te bakenen zijn. Tegelijk zien we dat maatregelen die sinds 2026 van kracht zijn, het gesprek over werkhervatting sneller op gang brengen. De RIT 3.0 en de nieuwe solidariteitsbijdrage, samen met de versterkte opvolging door de mutualiteiten, die vorig jaar werd opgestart, zorgen ervoor dat sneller wordt gekeken naar wat iemand wel nog kan. En net daar zit een belangrijke sleutel: hoe vroeger werkgever, werknemer en de betrokken zorgpartners samen naar haalbare oplossingen kijken, hoe groter de kans dat een tijdelijke afwezigheid ook tijdelijk blijft,” zegt Heidi Verlinden, Research Project Manager bij Securex.
Ook het langdurig absenteïsme nam in de eerste helft van 2026 significant af: van 3,45% naar 3,29%. Dat komt neer op een daling van 4,6% tegenover de eerste helft van 2025. Volgens Securex lijken initiatieven die langdurig afwezige werknemers persoonlijke begeleiding bieden hun vruchten te beginnen afwerpen. Werkgevers en werknemers vinden steeds vlotter hun weg naar belangrijke hulpbronnen, zoals het Terug Naar Werk-fonds van het RIZIV. Via dit fonds krijgt een werknemer individuele begeleiding op maat van een erkende coach, die het traject opvolgt. Aan die ondersteuning zijn zowel voor de werknemer als voor de werkgever geen kosten verbonden.
Lichter griepseizoen valt samen met minder korte afwezigheden door ziekte
Het kort absenteïsme daalde in de eerste helft van 2026 met 9,2%, van 2,71% in de eerste helft van 2025 naar 2,46% in het afgelopen half jaar. Die afname is zichtbaar bij zowel arbeiders als bedienden. Bij arbeiders daalde het kort absenteïsme van 3,25% naar 2,95% en bij bedienden van 2,36% naar 2,15%.
De daling valt samen met een minder uitgesproken griepseizoen in de eerste helft van 2026 dan in die van vorig jaar. Vooral seizoensgebonden luchtweginfecties, die doorgaans tot korte afwezigheden leiden, wogen daardoor minder zwaar door op het absenteïsme. Ook de verlenging van de administratieve hervalperiode van twee naar acht weken sinds januari 2026 speelt mee in de registratie van korte ziekteperiodes: opeenvolgende afwezigheden worden vaker als éénzelfde ziekteperiode beschouwd.
Blijvende aandacht voor re-integratie nodig
De cijfers uit de eerste helft van 2026 bevestigen de positieve evolutie die Securex vorig jaar al vaststelde. Vooral de significante daling van het middellang absenteïsme bij arbeiders is een belangrijk signaal. Tegelijk blijft langdurige afwezigheid een grote uitdaging: op een gemiddelde werkdag in de eerste helft van 2026 was 3,29% van de werknemers al langer dan een jaar afwezig wegens ziekte.
Een dalend ziektepercentage is bovendien slechts één aspect. Ook de manier waarop werknemers na een afwezigheid opnieuw aan het werk gaan, bepaalt mee of die terugkeer standhoudt. Regelmatig contact tijdens de afwezigheid, een open gesprek over de mogelijkheden en aandacht voor tijdelijk aangepast werk kunnen een geleidelijke werkhervatting ondersteunen.
Stephanie Heurterre, Senior HR-consultant bij Securex: “De cijfers zijn hoopgevend, maar een duurzame terugkeer vraagt meer dan zo snel mogelijk opnieuw aan het werk gaan. Wanneer werkgever en medewerker tijdig bespreken wat haalbaar is voor de werknemer én voor de organisatie, ontstaat ruimte voor een werkhervatting die rekening houdt met het herstel van de werknemer én met de noden van de organisatie. Maar werkhervatting is geen eindpunt. Ook daarna blijft het belangrijk om in open dialoog te blijven, te evalueren en waar nodig bij te sturen. Zo vergroot je de kans op een duurzame terugkeer op lange termijn.”
Terwijl de overheidsmaatregelen met het oog op vroegtijdige opvolging en activatie mogelijk al effect sorteren, blijft preventie de belangrijkste hefboom om arbeidsongeschiktheid tegen te gaan. Het voorkomen van absenteïsme vraagt aandacht voor werkdruk, ergonomie, mentale gezondheid en een cultuur waarin werknemers vroegtijdig kunnen signaleren als het niet goed gaat.
Persbericht Securex - Absenteisme.pdf
PDF - 226 Kb
Over het onderzoek
De cijfers in dit onderzoek zijn gebaseerd op gegevens geregistreerd door werkgevers. Ze gelden voor een gemiddelde werknemer in ondernemingen tot 1000 werknemers in de Belgische privésector. In de eerste helft van 2026 telde de steekproef 21.107 werkgevers en 163.231 werknemers. De werknemers in de steekproef hebben een contract van minstens 30 dagen waarvan minimaal één dag in de bestudeerde periode.
Uit de vergelijking met de RSZ-populatiegegevens blijkt dat de steekproef van Securex de Belgische arbeidsmarkt weerspiegelt voor het statuut, het geslacht, de leeftijd van werknemers en voor de omvang van ondernemingen tot 1000 werknemers. Voor de regio’s is ze minder representatief. Daarom corrigeert Securex de absenteïsmecijfers met een wegingsfactor die specifiek is voor elke provincie.
Contact