Ongeziene stijging van werknemers die langer dan een jaar afwezig zijn wegens ziekte

Belgische bedrijven oneens over het nut van re-integratie

Dinsdag 10 mei 2016 — In 2015 waren op een gemiddelde werkdag bijna 7 op 100 werknemers afwezig wegens ziekte of een privéongeval. Het langdurig absenteïsme, waarbij werknemers minstens één jaar thuis blijven, kent in 2015 een nooit geziene stijging met 14%. Dit blijkt uit de resultaten van het onderzoek van HR-dienstverlener Securex bij 25.781 werkgevers en 261.177 werknemers. Bedrijven in België gaan daarenboven op verschillende manieren om met de terugkeer naar het werk na een langdurige afwezigheid. Zo stelt 56% van de kleine bedrijven het nut van een re-integratie van werknemers in vraag, terwijl 72% van de grote bedrijven net pleiten vóór re-integratie.

Langdurig absenteïsme stijgt exponentieel met 14%

Het totale ziektepercentage steeg van 6,52% in 2014 naar 6,95% in 2015. De structurele stijging van het absenteïsme sinds 2001 zet zich dus verder. Aan dit tempo wordt de kaap van 7% volgend jaar overschreden.

De afwezigheden van meer dan één jaar liggen aan de basis van deze evolutie. Het korte (minder dan een maand) en middellange (van 1 maand tot 1 jaar) ziektepercentage bleven stabiel (respectievelijk 2,10% en 2,01%). Het lange ziektepercentage kent daarentegen een nooit geziene stijging met 14% sinds 2014. Het RIZIV zal dit najaar – zodra het aantal invaliden in 2015 gekend is - dus nog harder aan de alarmbel trekken dan vorig jaar.

Langdurige afwezigheid komt voor bij arbeiders en bedienden. Het risico op een dergelijk absenteïsme stijgt met de leeftijd, en dan vooral bij arbeiders. Vanaf 55 jaar is gemiddeld per werkdag 1 op 8 arbeiders en 1 op 24 bedienden langer dan een jaar afwezig. Bij 60-64 jarige arbeiders is dat zelfs 1 op 4.

Vergrijzing en chronische stress oorzaken van langdurig absenteïsme

Oudere werknemers melden zich ook in 2015 minder vaak afwezig dan hun jongere collega’s. Maar ze zijn nog steeds meer langdurig ziek, onder andere door slijtage van het bewegingsstelsel. Het spreekt voor zich dat deze groep werknemers proportioneel groter wordt door het optrekken van de pensioenleeftijd en het verstrengen van de regels voor brugpensioen. Bovendien hebben deze maatregelen vooral gevolgen voor de nog altijd talrijke beroepsactieve babyboomers. Daarmee verklaart de vergrijzing dus het grootste deel van de exponentiële stijging van langdurige afwezigheden.

De Belgische werknemer lijdt daarenboven steeds meer aan chronische stress. De spanningsklachten bij stresslijders zijn tussen 2013 en 2015 met 30% gestegen. Het gevaar op burn-out, en dus langdurige afwezigheden, loert om de hoek. Dat vooral bedienden eerder dan arbeiders zouden lijden onder stress en burn-out, wat vaak wordt beweerd, staat niet vast. Want arbeiders hebben vaak te maken met een langere, minder gevarieerde en bovendien fysiek zwaardere loopbaan dan bedienden waardoor ze soms al op jongere leeftijd fysieke klachten ondervinden die kunnen leiden tot langdurige arbeidsongeschiktheid. Deze problematiek gecombineerd met een hogere werkonzekerheid, meer financiële zorgen, minder autonomie en minder passie in de job, leidt ook bij arbeiders tot stress en psychische aandoeningen.

Karin Roskams, Business Unit Manager Absenteïsme: “Heel wat langdurig arbeidsongeschikte mensen willen werken maar blijven afwezig omdat ze geen concrete voorstellen of aanmoediging krijgen. Ze worden onvoldoende gestimuleerd om weer aan de slag te gaan. Een verhoogde inspanning op vlak van re-integratie dringt zich dus op. Het is niet omdat iemand niet meer 100% fit en gezond is dat hij niet meer van betekenis kan zijn voor het bedrijf. Het is belangrijk om te kijken naar wat iemand wél nog kan. Dat is de focus van onze re-integratiecoördinator en van de verpleegkundige die voor de klant langdurig afwezigen opvolgt."

Heidi Verlinden, HR Research Expert: “Voor zijn re-integratiebeleid zou het interessant zijn mocht de werkgever ook buiten de grenzen van de eigen onderneming kunnen kijken. Men kan hierbij denken aan een piste waarbij terugkerende werknemers – bijvoorbeeld – worden uitgewisseld in een netwerk van KMO’s. Helaas ontbreekt hiervoor vandaag het wettelijk framework.”

Geen unanimiteit over het nut van re-integratie

De Minister van Volksgezondheid, Maggie De Block, en de Minister van Werk, Kris Peeters, bereiden samen een nieuw koninklijk besluit voor. Ze willen de re-integratie van langdurig zieken stimuleren en de werkgever aanmoedigen om zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen.

De bedrijven in België zijn verdeeld over de re-integratie van langdurig afwezige werknemers na een burn-out. 72% van de grote ondernemingen (> 500 werknemers) pleiten voor re-integratie, maar slechts 44% van de kleinere ondernemingen (< 500) vindt re-integratie na een burn-out nuttig.

Zo blijkt dat amper 23% van de kleine bedrijven een burn-outbeleid voert tegenover 47% van de grote ondernemingen. We vermoeden dat kleinere bedrijven de financiële en praktische haalbaarheid van re-integratie in vraag stellen. Kleine bedrijven zijn sneller genoodzaakt om een afwezige te vervangen en zien wellicht minder mogelijkheden voor aangepast werk.

Feit is wel dat kleinere bedrijven minder snel met een eerste geval van burn-out worden geconfronteerd dan grote bedrijven (respectievelijk 59% en 92%). En veelal denkt men dan pas aan een beleid. Dit verschil in risico op een burn-out heeft niet alleen te maken met het aantal werknemers, maar waarschijnlijk ook met een snellere reactie op alarmerende signalen. Want het risico op spanningsklachten is even groot in grote als in kleine bedrijven.

Heidi Verlinden: “Iedereen vaart wel bij succesvolle re-integratie van langdurig zieken. De overheid kan er de hoge kosten van de ziekte- en invaliditeitsverzekering mee beperken. Voor de betaalbaarheid van de pensioenen vraagt Europa dat werknemers zo lang mogelijk gezond, gemotiveerd en productief blijven. Is dat ook niet wat een werknemer zelf wil? Met plezier naar het werk en gezond op pensioen? Wetenschappelijk onderzoek toonde het al aan: werkbaar werk maakt gezond en re-integratie bevordert het genezingsproces.

En de werkgever? Die schiet best zo snel mogelijk in actie. Want langdurig afwezigen keren zelden spontaan terug. Hun nood aan begeleiding stijgt naarmate ze langer afwezig zijn. Met vroege re-integratie vermijdt de werkgever ook de mogelijk zware administratieve procedures die het nieuw koninklijk besluit voor re-integratie met zich zal meebrengen. En hij neemt zelf controle door het advies van de drie artsen (ziekenfonds, behandelend en arbeidsgeneesheer) niet af te wachten. Hij kan er ook de hoge directe en indirecte vervangingskosten door vermijden. De exponentiële evolutie van het langdurig absenteïsme zal de schaarste aan gezonde werknemers en goede kandidaat-vervangers, en dus de nood aan een re-integratiebeleid, in de toekomst nog verhogen.”

Absenteïsme in 2015
Heidi Verlinden