Weinig beweging op Belgische arbeidsmarkt in 2016

Dinsdag 4 april 2017 — Securex publiceert jaarlijkse studie over personeelsverloop

  • Opvallend: meer tijdelijke contracten lopen af in 2016
  • Vooral jonge werknemers hebben tijdelijk contract
  • 11% van alle werknemers wil op korte termijn elders aan de slag

Het afgelopen jaar bracht nauwelijks verloop op de Belgische arbeidsmarkt: werknemers veranderden weinig van baan en ook werkgevers hielden hun vaste mensen aan boord. Waar wel beweging is, is in de tijdelijke contracten. In 2016 liepen heel wat meer tijdelijke contracten af dan voorbije jaren. Dat blijkt uit de jaarlijkse studie van HR-dienstverlener Securex naar het personeelsverloop in België. VBO-topman Bart Buysse interpreteert de cijfers: “Een tijdelijk contract blijft vaak dé springplank naar vast werk.”

Meer tijdelijke contracten lopen af

In 2016 verstreek de einddatum van bijzonder veel tijdelijke contracten. 9% van alle werknemers verzeilde in deze situatie. Wat er precies gebeurt als een tijdelijk contract afloopt, is niet duidelijk op basis van het onderzoek. Krijgen werknemers een vast contract, opnieuw een tijdelijk contract of houdt de samenwerking helemaal op? Met andere woorden: moeten we de cijfers lezen als goed of slecht nieuws?

Directeur-generaal van het VBO Bart Buysse interpreteert ze hoopvol: “Als een tijdelijke werknemer lang genoeg in dienst kan blijven, volgt vaak een vast contract. Dat zien we ook heel duidelijk in de evolutie van de werkgelegenheidscijfers sinds de crisis: zodra de conjunctuur herneemt, groeit eerst de tijdelijke arbeid, vervolgens blijft de werkgelegenheid groeien en dan zie je dat tijdelijke contracten meer worden omgezet in vaste jobs. Overigens niet alleen in grotere deeltijdse jobs, maar vooral ook voltijdse. Het feit dat werkgevers vast aanwerven, duidt erop dat ze meer vertrouwen hebben in de toekomst. Bedrijfsleiders bieden immers enkel vaste contracten als ze geloven dat er voldoende continuïteit is. Eigenlijk is dat dus goed nieuws voor wie tijdelijk in dienst is: zo’n contract geeft wel degelijk kansen. Dus ja, een tijdelijk contract is vaak een opstap naar werk en een springplank naar vast werk.”

Vooral jonge werknemers beschikken over een contract van bepaalde duur: bijna 7 op de 10 tijdelijke contracten staan op naam van een werknemer jonger dan 35 jaar. Ongeveer de helft daarvan is jonger dan 25.

De stijging van het aantal contractbeëindigingen heeft vooral te maken met het feit dat er in de voorbij jaren ook meer tijdelijke contracten werden afgesloten. Vooral kleine ondernemingen (met minder dan 9 medewerkers) nemen mensen tijdelijk in dienst. Maar ook in grote bedrijven is tijdelijke arbeid populair: een vijfde van alle contracten van bepaalde duur verstreek in een bedrijf met meer dan tweehonderd werknemers. Brussel is koploper als het gaat over tijdelijke contracten (27% van de beëindigde contracten). 88% daarvan liep over minder dan één jaar.

Werkgevers en werknemers blijven elkaar trouw

Op het vlak van de arbeidscontracten van onbepaalde duur bleef het in 2016 opnieuw windstil. Uit de jaarlijkse studie van Securex blijkt dat er maar weinig onvrijwillig verloop was: slechts 4% van de werknemers met een vast contract moest zijn werkgever verlaten. Ook het vrijwillige verloop bleef binnen de perken: slechts 5% van de werknemers met een vast contract verliet zijn werkgever op eigen houtje. 2016 was met andere woorden andermaal een rustig jaar op de markt van de vaste contracten; werkgevers en werknemers bleven elkaar trouw.

Meer verandering op komst?

Maar de toekomst lijkt wel verandering te brengen van de kant van de werknemers. Gevraagd naar hun voornemens, geven meer werknemers aan dat ze plannen hebben om van job te veranderen. 11% wil op korte termijn elders aan de slag gaan, tegenover 9% in 2015. En dubbel zoveel (20%) werkkrachten hebben andere jobplannen op lange termijn. Dat is een stijging van 5% ten opzichte van vorig jaar.

We noteren vooral een uitschieter bij de 30-34 jarigen. Maar liefst 23% geeft aan dat ze van plan zijn op korte termijn van werkgever te veranderen, 26% op lange termijn. We zien het omgekeerde bij werknemers jonger dan 25: 44% zegt op lange termijn de switch te willen maken, 12% op korte termijn.

De verloopintentie bij hooggeschoolden ligt ook beduidend hoger dan die bij kortgeschoolden. 13,5% heeft andere jobplannen op korte termijn en 23,7% op lange termijn, tegenover 8,9% op korte termijn en 15,2% op lange termijn bij de kortgeschoolden.

Emely Theerlynck, HR Research Expert: “Die intentie om van werkgever te veranderen staat niet noodzakelijk gelijk aan effectief de stap ook zetten. Vaak ontbreekt de nodige veerkracht. Dit blijkt eveneens uit onze cijfers over inzetbaarheid. Werknemers schatten de kansen op het vinden van een gelijkaardige job, bij hun huidige werkgever of elders, eerder laag in. Loopbaanbegeleiding kan een krachtig instrument zijn om werknemers hierin te begeleiden.”

Tegelijk groeit de onzekerheid over de toekomst: het percentage werknemers dat bang is zijn job te verliezen gaat in stijgende lijn: van 20% in 2013 naar 30% in 2017.

Het hoogste percentage vinden we bij werknemers tussen 25 en 29 jaar. Van hen is 37% van mening dat de kans bestaat dat ze binnenkort hun job verliezen. In tegenstelling tot jongeren schatten oudere werknemers de kans op jobverlies kleiner in (20% van de werknemers tussen 50 en 54 jaar en 22% van de werknemers ouder dan 55 jaar).

Emely Theerlynck: “De verschillen in perceptie komen wel een stuk overeen met de realiteit. We stellen ook in de objectieve cijfers vast dat 25-29 jarigen een hoger onvrijwillig verloop hebben dan werknemers die ouder zijn. 19,90% moest hun werkgever verlaten en of had een contract dat afliep, tegenover 13% gemiddeld. Alleen bij hun jongere collega’s lag dit cijfer nog hoger (38,9%), dit in tegenstelling tot oudere werknemers (6,4% van de 50-54 jarigen en 7,9% van de 55-plussers kregen in 2016 te maken met onvrijwillig verloop of einde contract).

Over het onderzoek

De percentages personeelsverloop in 2016 baseren we op een steekproef van 92.016 Belgische werknemers uit de privésector. Dit is de grootst mogelijke representatieve steekproef van de werknemersbevolking, die we haalden uit de oorspronkelijke dataset van 343.510 werknemers (afkomstig uit de databanken van het Sociaal Secretariaat van Securex).

Om de steekproef representatief te maken, hielden we rekening met de volgende kenmerken (basis van de RSZ gegevens over de verdeling op de Belgische arbeidsmarkt): omvang van de onderneming, regio van tewerkstelling, statuut, geslacht, leeftijd en werkregime.

Alleen werknemers die: 1) minimaal één dag in de betreffende periode hebben gewerkt, en 2) een contract hebben voor meer dan 30 dagen, lieten we toe in de steekproef. Volgende groepen werknemers sloten we uit: interims, vakantiestudenten, zelfstandigen en (brug)gepensioneerden. Let op: werknemers uit de publieke sector maken geen deel uit van de steekproef.

De gegevens over verloopintentie en inzetbaarheid zijn gebaseerd op een representatieve werknemersbevraging. De datacollectie gebeurde in januari 2017 bij 1552 werknemers, een representatief staal van de Belgische werknemersbevolking voor geslacht, leeftijd, statuut (arbeider - bediende) en regio.

 

Emely Theerlynck - HR Research Expert Securex
Infografiek Personeelsverloop in 2016_2
Bart Buysse - Directeur-generaal VBO
Infografiek Personeelsverloop in 2016_1