Werknemers houden vast aan job, werkgevers kiezen voor tijdelijke contracten

Donderdag 23 april 2015 — Brussel, 23 april 2015 – Voor het eerst sinds 2011 is er opnieuw meer beweging op de arbeidsmarkt, al ligt het initiatief grotendeels bij de werkgever. In 2014 verliet bijna 1 op 7 werknemers onvrijwillig zijn organisatie. Voor meer dan de helft van hen was het aflopen van een tijdelijk contract de reden. De dalende trend in het vrijwillig verloop houdt aan, steeds minder werknemers verlaten uit eigen beweging hun werkgever. Dat blijkt uit de resultaten van de jaarlijkse studie over personeelsverloop van HR-dienstverlener Securex, gebaseerd op een representatieve steekproef bij meer dan 46.000 Belgische werknemers uit de privésector.

Opnieuw meer werknemersdynamiek op de arbeidsmarkt in 2014

Voor het eerst sinds 2011 is de dalende trend in de verloopcijfers doorbroken. In 2014 bedroeg het totale verloop 20,73%, terwijl dit in 2013 nog 19,38% was.

Aan de ene kant is er sinds 2010 een stijging van onvrijwillig verloop. In 2014 verliet bijna 1 op 7 werknemers zijn werkgever of 13,96%, tegenover 12,25% in 2013. Het gaat om het verloop waarbij het initiatief bij de werkgever ligt zoals bij contractbreuk, opzeg door de werkgever, overlijden, dringende reden, … maar ook over het aflopen van tijdelijke contracten. Het aflopen van tijdelijke contracten valt onder deze noemer, omdat de duurtijd van het contract meestal eenzijdig bepaald wordt door de werkgever, ook al wordt het contract in onderling akkoord tussen werknemer en werkgever afgesloten.

Aan de andere kant is er sinds 2011 een significante daling van het vrijwillig verloop, waarbij het initiatief bij de werknemer ligt zoals bij opzeg door de werknemer, aanvraag tot aanpassing van de arbeidsvoorwaarden door de werknemer, die niet aanvaard werd door de werkgever (eenzijdige wijziging van een essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst door de werknemer), of  beëindiging met wederzijds akkoord. In 2014 verliet slechts 6,62% vrijwillig zijn organisatie, tegenover nog 7,01 % in 2013.

In meer dan 1 op 3 van de gevallen van verloop gaat het om het aflopen van een tijdelijk contract

36,4% van het totaal verloop in 2014 is te wijten aan het beëindigen van tijdelijke contracten. Onder de ruime term 'tijdelijke contracten' begrijpen we een contract dat wordt gesloten voor een bepaalde duur, voor een bepaald werk of een vervangingscontract. De vervaldatum van het contract is meestal op voorhand gekend door beide partijen. Als we enkel kijken naar het onvrijwillig verloop, loopt dit percentage op tot 54,1%.

De voorbije jaren werden steeds meer mensen met een tijdelijk contract aangeworven, zo blijkt uit het onderzoek van Securex. In 2013 was 8,82% van de werknemers aan de slag met een tijdelijk contract, tegenover 11,67% in 2014.

De stijging van het aantal tijdelijke contracten, en bijgevolg ook de evolutie van het beëindigen ervan, heeft wellicht te maken met een samenspel van verschillende factoren.

Sinds januari 2014 is er, bij de invoering van het eenheidsstatuut, een einde gekomen aan de proefperiode. Werkgevers schijnen ervoor te kiezen hun werknemers aan te nemen met een tijdelijk contract, als alternatief voor de proefperiode.

Tegelijkertijd was er een licht economisch herstel. De besparingen van de afgelopen jaren zorgden ervoor dat bepaalde afwezigheden wellicht niet werden vervangen, zoals afwezigheden door ziekte, tijdskredieten en werknemers die met pensioen gingen.

Emely Theerlynck, HR Research Expert: “Uit eerder onderzoek blijkt dat het middellange ziektepercentage (van 1 maand tot 1 jaar), een significante stijging kende van 1,86% in 2013 naar 1,94% in 2014. En ook de gemiddelde duur van de afwezigheden blijft toenemen (+9% ten opzichte van 2013). Bovendien vroeg in 2014 een stijgend aantal werknemers tijdskrediet aan (stijging met 32%), als gevolg van de beslissing van de regering Michel om vanaf januari 2015 de uitkering voor het tijdskrediet zonder motief te schrappen. Tot slot noteren we ook dat steeds meer werknemers met pensioen gaan. In 2014 was dat 0,73% tegenover 0,52% in 2013. Nu de economie het weer wat beter doet, zien werkgevers zich dus genoodzaakt om deze afwezigheden op te vangen en vaak vallen ze daarbij terug op tijdelijke contracten.

Meer vrouwen, jongeren en bedienden beschikken over een tijdelijk contract, en vooral dan in Brussel en in de social profit

Het aandeel tijdelijke contracten ligt hoger bij vrouwen (12,40%) dan bij mannen (11%). Een grote groep van werknemers jonger dan 25 jaar (38,15%) wordt aangenomen met een tijdelijk contract, maar ook werknemers tussen 25 en 29 jaar (19,02%) en bedienden (12,13%), tegenover 11,09% arbeiders.

Vooral bedrijven in Brussel (18,93%) en Wallonië (16,52%) evenals bedrijven in de social profit sector (25,07%) maken gebruik van tijdelijke contracten. Ook in sectoren als horeca, sport, ontspanning, media (20,46%) en distributie, transport en logistiek (16,42%) komen ze vaker voor.

Ruim 86% van de werknemers van wie het tijdelijk contract in 2014 verliep, was minder dan een jaar aan de slag in die organisatie. 13% van de werknemers was binnen die organisatie een jaar tot drie jaar aan de slag. 1% werkte langer dan 3 jaar voor de organisatie. Zeker in het geval van deze laatste groep zal het gaan over tijdelijke contracten ter vervanging van een langdurig zieke.

Werknemers houden steeds meer vast aan hun job

In tegenstelling tot het onvrijwillig verloop, blijft het vrijwillig verloop in 2014 verder dalen. De belangrijkste reden? Angst om de job te verliezen. Maar liefst 1 op 4 werknemers antwoordde begin 2015 positief op de vraag “De kans bestaat dat ik binnenkort mijn job verlies.” In 2013 was dat nog 20%. Hoewel de vrees voor jobverlies afneemt met de leeftijd van de werknemers, blijft nog steeds bijna 1 op 4 werknemers van 45-49 jaar met die angst zitten. Hetzelfde geldt voor arbeiders (29%), en ook 1 op 5 bedienden vreest voor zijn job.

 

 

% afgelopen tijdelijke contracten op totaal verloop
Emely  Theerlynck
Infografiek Personeelsverloop