Werknemersverloop in België bereikt dieptepunt in 2015

Amper 5 op 100 werknemers zet zelf de stap

Dinsdag 22 maart 2016 — De mobiliteit op de arbeidsmarkt lijkt stil te vallen. In 2015 veranderde slechts 16% van de werknemers van werkgever (vrijwillig en onvrijwillig), zo blijkt uit de resultaten van de jaarlijkse studie van HR-dienstverlener Securex naar het personeelsverloop tussen organisaties in België. Sinds 2007 is het personeelsverloop nog nooit zo diep weggezakt. De verklaring ligt grotendeels bij de vergrijzing van de beroepsbevolking, maar ook bij de werknemers met een vast contract die zelf steeds minder initiatief nemen om van werkgever te veranderen. Andere factoren die meespelen zijn de verhoging van de pensioenleeftijd en het wegvallen van het brugpensioen. Het aflopen van tijdelijke contracten wordt één van de belangrijkste drivers van het totale personeelsverloop in België.

Dynamiek van arbeidsmarkt bereikt dieptepunt

In 2015 veranderde 16% van de Belgische werknemers van werkgever, in 2014 was dat nog meer dan 1 op 5. De cijfers bereiken een dieptepunt sinds het begin van de analyses van Securex over personeelsverloop in 2007.

Tussen 2010 en 2014 steeg het onvrijwillig verloop licht, maar in 2015 keert de trend. Slechts 10,68% van de werknemers verlieten in 2015 onvrijwillig hun werkgever of dus een kwart minder dan in 2014. Alleen in 2007 zakte het onvrijwillig verloop nog dieper weg. Opmerkelijk, in meer dan 6 op de 10 gevallen van onvrijwillig verloop, gaat het om een tijdelijk contract dat afloopt. In de andere gevallen betreft het o.a. contractbreuk, opzeg werkgever of een dringende reden.

Maar ook het vrijwillig verloop neemt verder af, en dit sinds 2011. In 2015 verliet slechts 5% van de werknemers zijn organisatie op eigen initiatief, mogelijk omwille van opzeg, omdat de werkgever niet wil ingaan op zijn vraag naar aangepaste arbeidsvoorwaarden of door beëindiging met wederzijds akkoord. In 2013 besloot nog 7,01% van de werknemers zijn werkgever te verlaten, in 2014 was dat al gedaald tot 6,62%.

Beroepsbevolking vergrijst = minder verloop

Een van de redenen die meespelen in de daling van het verloop is het aantal beroepsactieve 50-plussers op de arbeidsmarkt dat elk jaar proportioneel toeneemt.

Het verloop hangt namelijk nauw samen met de leeftijd van een werknemer. En vaak gaat leeftijd samen met de opgebouwde anciënniteit of het aantal jaren in dienst. Hoe ouder een werknemer wordt / hoe meer anciënniteit een werknemer heeft, hoe minder snel hij uit eigen beweging zijn werkgever verlaat.

Hoe meer anciënniteit een werknemer verwerft, hoe minder snel hij ook wordt ontslagen door zijn werkgever. Enkel bij de leeftijdsgroep 55+ (en anciënniteit van meer dan 21 jaar) stellen we een stijging van het onvrijwillig verloop vast, doordat veel van hen op pensioen gaan.

Logischerwijs volgt daaruit dat wanneer de subgroep oudere werknemers proportioneel toeneemt op de arbeidsmarkt, het totale verloopcijfer daalt.

Het onvrijwillig verloop werd in 2015 ook sterk beïnvloed door het optrekken van de pensioenleeftijd en het uitdoven van het systeem van brugpensioen, waardoor plots minder werknemers in dat betrokken jaar op pensioen gingen.

Slechts 5 op 100 durft zelf de stap zetten

Jaar na jaar blijft het vrijwillig verloop dalen. Hebben Belgische werknemers het dan té goed bij hun werkgever? Dit blijkt niet altijd het geval. Eerder surveyonderzoek van Securex leert ons dat een deel van de werknemers vooral angst hebben om hun job te verliezen en dikwijls geen perspectief zien op een andere job binnen of buiten hun organisatie. Ze klampen zich bijgevolg vast aan hun huidige job. Anderzijds weten we uit vroeger onderzoek ook dat een aantal werknemers bedrijfsintern bijvoorbeeld via job crafting ook actief naar oplossingen zoekt om bij hun werkgever te kunnen blijven.

Emely Theerlynck, HR Research Expert: “Net dat niet (meer) veranderen van job of werkgever kan dit gebrek aan perspectief op een andere job alsmaar meer in de hand werken. Een groot aantal (vooral oudere?) werknemers dreigen vast te roesten in hun job. Ze vallen uit door stress, bijvoorbeeld omdat hun jobinhoud niet (meer) matcht met wat ze graag doen of ze geraken fysiek uitgeput. Of er dreigt een “bore out”. Op die manier wordt hun kans om ergens anders aan de slag te kunnen nog verkleind en dit legt bovendien een hypotheek op de maatschappelijke verwachting dat werknemers langer zouden kunnen en willen doorwerken.”

Steekproef

De percentages personeelsverloop in 2015 baseren we op een steekproef van 47.646 Belgische werknemers uit de privésector. Dit is de grootst mogelijke representatieve steekproef van de werknemersbevolking, die we haalden uit de oorspronkelijke dataset van 333.898 werknemers.

Het percentage personeelsverloop is gebaseerd op steekproeven uit de databanken van het Sociaal Secretariaat van Securex. De cijfers hebben betrekking op alle Belgische werknemers actief in de privésector. We vertrokken van een bestand van 333.898 gegevens. Om de steekproef representatief te maken, hielden we rekening met de volgende kenmerken (basis van de RSZ gegevens over de verdeling op de Belgische arbeidsmarkt): omvang van de onderneming, regio van tewerkstelling, statuut, geslacht, leeftijd en werkregime.

Alleen werknemers die: 1) minimaal één dag in de betreffende periode hebben gewerkt, en 2) een contract hebben voor meer dan 30 dagen, lieten we toe in de steekproef. Volgende groepen werknemers sloten we uit: interims, vakantiestudenten, zelfstandigen en (brug)gepensioneerden. Let op: werknemers uit de publieke sector maken geen deel uit van de steekproef.

 

Emely Theerlynck
Personeelsverloop 2015
Leeftijd
Anciënniteit