Zelfs hoog opgeleide Belg wil nog steeds op pensioen op zijn 60e

Werk op maat meer dan ooit een noodzaak

Dinsdag 6 oktober 2015 — De Belg weet dat hij langer zal moeten werken, maar kan en wil dit nog steeds niet. Dit blijkt uit het tweejaarlijks onderzoek van HR-dienstverlener Securex bij 1.754 werknemers naar hun inzetbaarheid. De werkende Belg denkt te kunnen werken tot zijn 62e maar wil slechts werken tot hij 60 is. De kloof tussen de wettelijke pensioenleeftijd en de leeftijd tot wanneer de Belg kan en wil werken is de afgelopen 2 jaar alleen maar toegenomen. Vooral hoger opgeleiden zijn zich ervan bewust langer te moeten werken (tot 66 jaar), maar daarom willen ze het nog niet. Lager geschoolden hebben er dan weer steeds minder vertrouwen in langer te kunnen werken.

Belg denkt tot zijn 65e te moeten werken

De Belgische werknemer denkt dat hij zal moeten werken tot zijn 65e (64,9 jaar). Dit is een stijging met meer dan één jaar in vergelijking met 2013. Hoewel er dus sprake is van een grotere bewustwording, blijft de kloof tussen de gewenste en de wettelijke pensioenleeftijd (intussen opgetrokken, maar in 2 stappen, naar 67 jaar), nog steeds groot[1].

“Ik kan werken tot ik 62 ben”

Ruim 83% van de Belgische werknemers zegt tot zijn 62e te kunnen werken. Slechts 39% geeft aan te kunnen werken tot 65 jaar en amper 15% geeft aan te kunnen werken tot 67 jaar, wat binnenkort de wettelijke pensioenleeftijd is. De gemiddelde Belg voelt zich met andere woorden niet in staat om te werken tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. Deze tendens is niet nieuw. Ook in 2013 dacht de werkende Belg maar tot zijn 62e te kunnen werken. Wel betekent dit dat de kloof met de wettelijke pensioenleeftijd is toegenomen[2].

Hermina Van Coillie, HR research expert: “Belgische werknemers weten dat ze langer zullen moeten werken, maar ze voelen zich daar vandaag nog niet toe in staat. De fysieke en vooral de mentale gezondheid van werknemers spelen hierbij een cruciale rol. Dit  komt door een samenspel van factoren zoals jobonzekerheid, mobiliteitsproblematiek, werkintensiteit, technostress, enz. En dit alles in combinatie met een druk privéleven. Verder valt op dat vooral lager geschoolden het meest onder de toegenomen mentale belasting lijden en zich ook fysiek het minst in staat voelen om tot de pensioenleeftijd door te werken.”

Belg wil nog steeds op pensioen op zijn 60e  

Net zoals in 2013 wil de Belgische werknemer maar werken tot hij 60 is. De kloof tussen de wettelijke pensioenleeftijd enerzijds (binnenkort 67) en de leeftijd van het kunnen (62) en willen (60) werken anderzijds is de laatste twee jaar dus alleen maar groter geworden.

Hermina Van Coillie: “Belgische werknemers weten dat ze langer zullen moeten werken, maar ze hebben niet het gevoel dit te kunnen of te willen. De pensioenleeftijd verhogen is ongetwijfeld nodig, maar dit alleen zal er dus niet voor zorgen dat werknemers ook daadwerkelijk langer aan de slag zullen blijven. Om ‘met meer’ en ‘langer’ te werken, moeten werknemers dit ook zelf kunnen en willen. Ze hebben hiervoor ondersteuning nodig van het management én van de overheid . Het ‘willen’ langer werken vormt de grootste uitdaging. De overheid verlangt dat zoveel mogelijk mensen doorwerken tot 67 jaar, maar de Belg is daartoe slechts bereid tot zijn 60e. In 2013 stopte de Belg met werken op gemiddeld 59 jaar.

Hoger opgeleiden voelen zich in staat langer te werken, maar willen dit niet

Twee jaar geleden, anno 2013, dachten zowel hoger als lager geschoolden te moeten werken tot hun 64e. Terwijl momenteel lager geschoolden er nog steeds hetzelfde over denken, gaan hoger geschoolden er al van uit tot 66 jaar te moeten werken (65,6). Dat is al bijna twee jaar langer dan in 2013 maar komt nog steeds niet overeen met de wettelijke pensioenleeftijd.  

Hoger opgeleiden geven eveneens aan langer te kunnen werken dan lager opgeleiden (respectievelijk tot 63 vs. 61 jaar). In 2013 dachten ze nog even lang te kunnen werken, namelijk tot 62 jaar. Lager opgeleiden denken dus minder lang te kunnen werken dan 2 jaar geleden. Deze evolutie heeft ongetwijfeld te maken met de werkomstandigheden, werkvoorwaarden en  werkinhoud die nog altijd minder interessant blijven voor de lager opgeleiden.  

Zowel hoger als lager geschoolden willen tot hun 60e werken (respectievelijk tot 59,8 en 60,4 jaar). Dit was in 2013 ook al zo.

Hermina Van Coillie licht toe: “Hoger opgeleide werknemers denken langer te moeten werken dan lager opgeleiden. Bovendien denken ze langer te kunnen werken dan lager opgeleiden. En toch willen ook zij niet langer werken. Dit in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, namelijk dat het vooral lager opgeleide werknemers zouden zijn die snel met pensioen willen. De uitdaging ligt dus ook bij de hoger opgeleiden, vooral bij het op peil houden van hun zin om te werken en hun engagement. Merk tot slot ook op dat het dan nog niet voldoende is, want niet alle werkgevers staan even positief tegenover deze oudere werknemers.”

Jan Devolder, HR Business & Development Manager: "Er is een groeiende nood aan inzetbare werknemers. Wetende dat het werknemersbestand veroudert, komt het er voor de bedrijven op aan om hun medewerkers fysiek en mentaal fit te houden en hun motivatie te stimuleren. In het bijzonder hebben we nood aan organisaties en leidinggevenden die werknemers inzetten op hun talent, de verbinding tussen medewerkers stimuleren en die werknemers uitdagen op hun leer- en veerkracht. Zo niet zullen zij te maken krijgen met apathie, met meer langdurig absenteïsme en dus met productiviteitsverlies.”

 

[1] Merk op dat op het moment van de bevraging (januari 2015) de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd nog niet officieel was, maar er was natuurlijk toen al sprake van. Ondertussen is officieel bepaald dat de wettelijke pensioenleeftijd vanaf 2025 66 jaar zal bedragen en vanaf 2030 67 jaar.

[2] Werknemers die vandaag 55 jaar zijn of jonger, komen 4 à 5 jaar te kort om tot hun wettelijke pensioenleeftijd te kunnen werken (66 vanaf 2025 en 67 vanaf 2030).

Deze studie gebeurde in het kader van ons tweejaarlijks benchmarkonderzoek. Hierin brengen we onder meer tevredenheid, stress, vitaliteit, engagement en duurzame inzetbaarheid van de Belgische werknemer in kaart. De data verzamelden we via online enquêtes.

Steekproef 1: een representatief staal werkende Belgen in 2013
2.088 loontrekkende werknemers uit de Belgische arbeidsmarkt namen in het voorjaar (februari en maart) van 2013 deel aan de studie. Na resampling (de steekproef representatief maken voor een aantal sociodemografische variabelen) telde de steekproef 1.318 respondenten. De steekproefverdeling stemt voor de variabelen geslacht, leeftijd, regio en statuut overeen met de verdeling in de Belgische arbeidsmarkt (volgens gegevens van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI) van de FOD Economie).

Steekproef 2: een representatief staal werkende Belgen in 2015

1.754 loontrekkende werknemers uit de Belgische arbeidsmarkt namen in het voorjaar (januari) van 2015 deel aan de studie. Na resampling telde de steekproef 1.671 respondenten. De steekproefverdeling stemt voor de variabelen geslacht, leeftijd, regio en statuut overeen met de verdeling in de Belgische arbeidsmarkt.